Logopedie in De Springveer is paramedische zorg. Door goed te communiceren kunnen we contact maken met andere mensen. De logopedist geeft advies en hulp bij problemen in de persoonlijk communicatie. Het kan gaan om problemen met spraak, taal, gehoor, stem en slikken. De logopedist kan ook helpen bij lees- en spellingproblemen.

Het is belangrijk om spraak- en taalproblemen zo vroeg mogelijk te signaleren. Een logopedist kan de taalontwikkeling beoordelen en advies geven. Soms zijn de problemen aangeboren: denk bijvoorbeeld aan een gehemeltespleet of aan doofheid. Ze kunnen ook ontstaan tijdens de ontwikkeling van het kind. De oorzaak is dan niet altijd bekend.

Maar ook op latere leeftijd kunnen problemen ontstaan, bijvoorbeeld door een ongeval, door ziekte of een herseninfarct of door ouderdom. Of iemand merkt dat hij erg snel hees wordt als hij veel moet praten.

Logopedie is dus meer dan spraakles: u kunt bij De Springveer terecht voor alle problemen die met spreken en verstaan te maken hebben.

Problemen in de communicatie

Hier volgt een overzicht van de belangrijkste problemen in de communicatie. Bij al deze problemen kan een logopedist hulp bieden. U vindt hier uitgebreidere informatie over problemen in de communicatie.

Spraak


Tijdens de spraakontwikkeling hoeft een kind natuurlijk nog niet alles perfect uit te spreken. Toch lijkt de spraak van normale driejarigen al veel op die van volwassenen. Er bestaan veel verschillende spraakstoornissen.

Bij een articulatiestoornis wordt er een klank niet goed uitgesproken. Denk bijvoorbeeld aan lispelen of slissen. Dit hoeft niet altijd problemen te geven voor de verstaanbaarheid.

Als het kind erg onduidelijk spreekt, begrijpen anderen hem niet. Later kunnen er ook lees- en spellingproblemen ontstaan. Het is dan zeker belangrijk om niet te lang af te wachten. Bij ernstige problemen kunt u uw kind al vóór zijn derde jaar aanmelden. Vraag mijn advies als u zich zorgen maakt.

Nasaal spreken kan een gewoonte zijn. Kinderen met een gehemeltespleet spreken vaak erg nasaal. Zij hebben meestal ook grote moeite met het uitspreken van bepaalde klanken, bijvoorbeeld /p/ en /s/.

Sommige kinderen hebben uitspraakproblemen door aangeboren hersenletsel. Ook volwassenen kunnen problemen krijgen met het uitspreken van woorden. Meestal is er dan een duidelijke oorzaak, zoals een herseninfarct, een ziekte of een ongeval. We spreken dan van een dysartrie.

Kijk ook op de pagina Spraak (logopedie.nl).

Stotteren ontstaat meestal op jonge leeftijd. Vaak gaat het vanzelf weer over. In sommige gevallen is behandeling nodig om te voorkomen dat het stotteren een ernstig probleem wordt.

Mensen die broddelen, spreken heel snel en onduidelijk. Ze spreken woorden niet goed uit en herhalen soms klanken of woorden. Zelf merken ze vaak niet precies waarom anderen hen niet goed verstaan.

Kijk ook op de  pagina Stotteren en broddelen (logopedie.nl).

Lees hier meer over spraakproblemen. De volgende onderwerpen worden besproken:
• articulatiestoornissen, waaronder lispelen en slissen;
• verstaanbaarheidsproblemen;
• nasaliteitsproblemen;
• dysartrie en verbale apraxie;
• spraakontwikkelingsdyspraxie;
• stotteren;
• broddelen.

Taal

Taal is onmisbaar om informatie uit te wisselen. Gedachten ontstaan in de hersenen. Er is taal voor nodig om die gedachten over te brengen op anderen. Door allerlei oorzaken kunnen taalstoornissen ontstaan. Als je niet genoeg taal beheerst, beperkt dat je in je communicatie met anderen. Je kunt dan moeilijk contact maken.

Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) kan bijvoorbeeld ontstaan door een verstandelijke beperking of door autisme. Maar een TOS heeft niet altijd een duidelijke oorzaak. Een kind met een TOS begrijpt soms minder dan zijn leeftijdgenootjes maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Hij gebruikt minder woorden en zijn zinnen zijn heel eenvoudig of misschien krom. Hij kan moeite hebben om zijn verhaal te vertellen.

Sommige kinderen maken veel fouten in de uitspraak van woorden. Soms zijn deze kinderen bijna niet te verstaan. Vaak kunnen ze wel veel klanken uitspreken, maar binnen woorden zeggen ze verkeerde klanken of ze laten klanken helemaal weg. Ze hebben niet ontdekt hoe woorden precies in elkaar zitten. Het helpt dan niet om ze te verbeteren: het kind raakt daardoor soms juist gefrustreerd. Dit noemen we een fonologische stoornis.

Tussen 0 en 6 jaar is het kind het gevoeligst voor het leren van taal. Het is dus belangrijk om problemen vroeg op te merken. Behandeling van TOS en van fonologische stoornissen is meestal al op heel jonge leeftijd mogelijk. Dit kan op verschillende manieren. Soms werken we alleen met de ouders; dit noemen we indirecte therapie. Maar vaak behandelen we ook het kind zelf. Dat gebeurt met allerlei materialen en spelletjes. De ouders zijn altijd bij de behandeling aanwezig.

Meertaligheid kan ook tot problemen leiden bij het leren van het Nederlands. De logopedist zal dan onderzoeken of er sprake is van een TOS. Alleen dan wordt de behandeling vergoed door de zorgverzekering.

Afasie is een taalstoornis door hersenletsel. Dit kan ontstaan door een beroerte of ongeval of bij een hersentumor. Er kunnen problemen zijn in het begrijpen van taal en in het spreken. Vaak zijn ook het lezen en schrijven aangetast.

Lees hier meer over taalproblemen. De volgende onderwerpen worden besproken:
• taalontwikkelingsstoornissen;
• fonologische stoornissen;
• meertaligheid bij kinderen;
• meertaligheid bij volwassenen;
• afasie.

Kijk ook op de pagina Taal (logopedie.nl).

Gehoor

Voor de communicatie is het belangrijk dat het gehoor in orde is. Om te leren spreken moet je kunnen horen wat een ander zegt. Je moet ook jezelf kunnen horen. Verder is het nodig om goed te kunnen luisteren en om goed te verwerken wat je hoort. Bij het horen en luisteren kunnen verschillende problemen voorkomen.

Soms hoort iemand wel wat er gezegd wordt, maar toch begrijpt hij het niet. Dit is een stoornis in het taalbegrip. Dat kan voorkomen bij kinderen, maar bijvoorbeeld ook bij een afasie.

Sommige kinderen hebben een normaal gehoor maar ze kunnen klanken niet goed herkennen. Ze hebben zwakke auditieve vaardigheden. Deze kinderen hebben bijvoorbeeld moeite met rijmen. Ze kunnen vaak geen versjes en liedjes onthouden. In een omgeving met veel geluid luistert het kind niet goed. We noemen dit auditieve verwerkingsproblemen. Soms merken ouders dit ook aan het praten van het kind: het gebruikt bepaalde klanken verkeerd en is slecht te verstaan.

Auditieve vaardigheden zijn belangrijk bij het uitspreken van woorden en zinnen, maar ook voor het leren lezen en schrijven.

Lees hier meer over problemen met gehoor en auditieve vaardigheden. De volgende onderwerpen worden besproken:
• middenoorontsteking;
• auditieve verwerkingsproblemen;
• aangeboren slechthorendheid;
• verworven slechthorendheid;
• doofheid op latere leeftijd.

Kijk ook op de pagina Gehoor (logopedie.nl).

Adem en stem

Ademen is van levensbelang. Ook voor een goed stemgeluid is de adem van belang. De stembanden moeten goed functioneren. De houding van hoofd en lichaam hebben eveneens invloed op de stem.

Door te veel of te weinig spanning kan de stem zich verkeerd ontwikkelen. De stembanden raken geïrriteerd. Soms ontstaan dan knobbeltjes of poliepen op de stembanden. De stem klinkt dan hees.

De logopedist kan helpen bij allerhande stoornissen die invloed hebben op stem of spraak, zoals mondademen, hyperventilatie, astma en COPD. Soms komt de stem niet overeen met de sekse. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij jongens in de puberteit (mutatie van de stem) of bij transseksuelen (genderdysfonie).

Na een operatie of infectieziekte kan een stembandverlamming optreden. De logopedist helpt dan met oefeningen om de stem zo goed mogelijk te gebruiken. Als het strottenhoofd verwijderd moet worden (laryngectomie), kan de logopedist helpen om op een nieuwe manier te leren spreken.

Lees hier meer over ademproblemen. Onder andere worden de volgende onderwerpen besproken:
• hyperventilatie;
• COPD en astma.

Lees hier meer over stemproblemen. De volgende onderwerpen worden besproken:
• heesheid en keelklachten;
• stembandverlamming;
• strottenhoofdkanker.

Kijk ook op de pagina Stem (logopedie.nl).

Eten, drinken en slikken

Eten, drinken en slikken zijn complexe processen. Daar zijn veel verschillende spieren bij betrokken. Door zwakte of door verkeerd gebruik van de spieren kunnen problemen ontstaan. De gevolgen zijn heel verschillend.

Baby’s en jonge kinderen kunnen eet- en drinkstoornissen hebben. Zij hebben hun spieren niet onder controle. Dit komt bijvoorbeeld voor bij kinderen die te vroeg geboren zijn maar ook bij kinderen met een gehemeltespleet en bij kinderen met hersenletsel. Of het kind kan wel slikken maar wil het niet. Soms is sondevoeding nodig. Deze kinderen worden behandeld door logopedisten met een speciale opleiding (preverbale logopedisten).

Kijk ook op de pagina Eet- en drinkstoornissen bij kinderen (logopedie.nl).

Ook op latere leeftijd kunnen slikproblemen ontstaan. Deze problemen kunnen allerlei oorzaken hebben. Ze kunnen leiden tot verslikken en dat kan gevaarlijk zijn. Het veroorzaakt vaak grote paniek bij de patiënt en zijn omgeving.

Voor problemen bij volwassen kunt u kijken op de pagina Slikstoornissen bij volwassenen (logopedie.nl) en op de pagina Eet- en drinkproblemen bij dementie (logopedie.nl).

Er zijn nog andere afwijkingen bij het eten, drinken en slikken. De spieren worden dan verkeerd gebruikt. We spreken dan van afwijkende mondgewoonten. Dit leidt niet snel tot verslikken, maar het heeft wel gevolgen voor het gebit en de kaken. Meestal zijn er ook articulatiestoornissen. Vooral de /s/ klinkt opvallend (slissen, lispelen).

Kijk ook op de pagina Afwijkende mondgewoontes (logopedie.nl).

Lees hier meer over afwijkende mondgewoonten, eet- en drinkproblemen en slikproblemen. De volgende onderwerpen worden besproken:
• afwijkende mondgewoonten;
• eet- en drinkstoornissen bij kinderen;
• slikstoornissen bij volwassenen.

Lees- en spellingproblemen

Kinderen met taal- en spraakproblemen hebben ook kans op problemen bij het leren lezen. Dat komt doordat zij vaak niet zo goed de verschillen horen tussen de klanken van de taal. Of ze weten niet goed hoe woorden worden opgebouwd uit klanken. Als er in de familie ook taalproblemen, leesproblemen of spellingproblemen voorkomen, is het extra belangrijk hierop te letten. De kans is dan groter dat het kind dyslectisch is.

Lees hier meer over lezen en spelling en over dyslexie.

Kijk ook op de pagina Dyslexie (logopedie.nl).